Neuralgische amyotrofie – Behandeling

Bij neuralgische amyotrofie kan de behandeling grofweg opgedeeld worden in drie fasen: de acute fase, de eerste paar maanden en de late fase.

 

Acute fase: pijnstillers en fysiotherapie

De pijn in de acute fase reageert het beste op een combinatie van twee sterke pijnstillers: een zogenaamd langwerkend NSAID en een langwerkend opiaat. Daarnaast kan fysiotherapie in deze fase zinvol zijn om ervoor te zorgen dat de aangedane arm(-en) niet verstijft in de gewrichten.

 

Eerste paar maanden: fysiotherapie

Als de acute pijn wat is afgenomen, is het verstandig om advies en begeleiding te vragen van een fysiotherapeut. Daarbij is het belangrijk dat het voor zowel u als de therapeut duidelijk is dat de pijn en spieruitval bij neuralgische amyotrofie niet hetzelfde zijn als ‘gewone’ schouderklachten.
De fysiotherapeut kan uitleg geven over wat er precies mis gaat in de bewegingen van de schouder en kan helpen om die bewegingen zo normaal en vloeiend mogelijk te houden.

 

Late fase (restklachten)

Klachten kunnen aanhouden in de late fase, bijvoorbeeld door de manier van bewegen, de verhouding belasting/belastbaarheid, copingstijl.

 

Als iemand met neuralgische amyotrofie eenmaal chronische klachten heeft, zijn deze meestal niet meer met eenvoudige middelen of medicijnen terug te draaien. In een multidisciplinaire revalidatiescreening bij het SCN worden dan alle klachten en hun mogelijke onderhoudende factoren in kaart gebracht. De behandelaars schatten samen in welk herstel nog mogelijk is en wat daarvoor moet gebeuren, bijvoorbeeld: fysiotherapie, ergotherapie, een revalidatietraject, psychologische coaching.